Je hoort het veel en vaak. De wereld individualiseert. Mensen trekken zich terug in hun eigen wereld, om zo de ‘echte’ wereld enkel nog maar via de social media te beschouwen en te beleven. Met dezelfde overtuiging trekken mensen juist ook collectief naar elkaar toe.
Met een serie te maken groepsportretten onder de naam TROOPS (troepen/soldaten) wil fotograaf Jochem Jurgens laten zien dat mensen elkaar wel degelijk opzoeken in de ‘echte’ of fysiek te ervaren wereld. Voor wezenlijke contacten, voor gezelschap, voor geborgenheid en troost, voor verdieping, zingeving en inspiratie, voor vriendschap, voor erkenning, voor saamhorigheid, voor uitwisseling, als vlucht en als zoektocht naar gezamenlijke kracht. Om te delen.
Zowel jonge als oude generaties ontmoeten elkaar veel in groepen, in club- en clubjes, in maatschappelijke contexten en in organisaties en verenigingen buiten de werkplekken om. In allerlei vormen en maten, verbanden en structuren, zowel bovengronds als in het geheim.
Voor dit bijzondere fotoproject zijn wij op zoek naar een groot aantal van deze groepen (troepen!) mensen, die in hun eigen groepsverband en op hun eigen plek van samenkomst geportretteerd zullen worden. Op deze manier wordt het ‘groepszijn’ in Nederland op een bijzondere en beeldende wijze getoond.
Wij zoeken ALLE groepen mensen, zonder een enkel (voor)oordeel te vellen. Er zijn in dit project geen goede of slechte, geen belangrijke, of minder belangrijke groepen. Dat maakt dit een veelomvattend en onbegrensd project.
Of het nou een zang-, dans-, filosofie-, kook, lachtherapie of race-club betreft; Of het nou gaat om drag-queens, homo’s, anti-homo’s, nonnen, mensen met een slaapziekte, de slagersgilde, streng veganisten, getraumatiseerde oorlogssoldaten, mensen met verzameldrang, met een voorliefde voor reptielen, of de club tegen discriminatie van jonge Marokkanen; ALLES IS MOGELIJK EN INTERESSANT! En daarom is iedereen welkom: Gelovig, atheïstisch, politiek-actief, met fobie of juist zonder angst, idealistisch, spiritueel; goede smaak, slechte smaak, gedesillusioneerd, hoopvol, boos, knettergek of totaal de weg kwijt; heel links, heel rechts, of met niet gangbare maatschappelijke ideeën.
Wat je beweegredenen ook zijn om bij een groep (kan dus ook een beroep zijn!) of bij een club(je) te horen; uit noodzaak omdat je bijv moèt afvallen of afkicken; uit urgentie om iets een plek te geven of beter te begrijpen; of omdat je er gewoon plezier hebt en er ontspanning uit haalt. Meld je bij ons!
DUS: MAAK JE ZELF DEEL UIT VAN EEN GROEP OF KEN JE IEMAND DIE ZICH DAGELIJKS, WEKELIJKS, MAANDELIJKS OF JAARLIJKS OP EEN SPECIFIEKE WIJZE ONDER DE MENSEN BEGEEFT? EN WIL JE DEEL UITMAKEN VAN DIT UNIEKE PROJECT?
Bel of mail dan naar Gysèle ter Berg:
info@gysele.com
06 41502079
‘Ik fotografeer het liefst mensen. Of het nu gaat om eigen werk, portretfoto’s of scènefotografie. Daarom vind ik in een foto de blik ook zo belangrijk. Het is de blik die een foto menselijk maakt. Als de blik niet goed is, dan is de foto mislukt. Ik vind daarom dat ik deze foto van ZWEEP van Boukje Schweigman eigenlijk had moeten inleveren voor de TIN TheaterFotoPrijs. Het is voor mij de voorstelling in één beeld gevangen. Dat zit in de beweging, in haar houding, in de zweep die achter haar aan zwiert. Maar vooral in haar blik. In haar omhoog gerichte blik zit iets van lijden, maar ook van bevrijding, wat toch een van de thema’s is van de voorstelling.
Je mag in je foto’s best iets van de pijn laten zien. Er zitten in de voorstellingen van Boukje fysiek pijnlijke momenten die niet gespeeld zijn. Bij Zweep zaten de dansers letterlijk onder de striemen. Ik vind dat mooi, ik laat dat graag zien: pijn, zweet, vermoeide ogen.
Ik vind dat er authenticiteit in een foto moet zitten en dat een foto vragen moet oproepen. Foto’s van klassieke dans bijvoorbeeld zijn vaak schitterend geschoten plaatjes van een sprong die perfect wordt uitgevoerd. Er is vastgelegd wat iemand goed kan, maar vaak zijn de blikken leeg. Dat zijn voor mij de saaiste foto’s die er bestaan. Omdat de kijker niet wordt uitgedaagd, er wordt niets van hem gevraagd. Ik heb liever een tussenmoment. Een moment van twijfel, van net niet. Als je als fotograaf begint, heb je dat helemaal niet. Dan wil je gewoon mooie foto’s maken. Maar dat is techniek. Ik ken alle techniek wel en die zit ook in mijn achterhoofd. Maar ik heb bewust geleerd die techniek los te laten als ik foto’s maak. Het gaat slechts over mij en mijn camera. Daarmee ga ik altijd op zoek naar die blik, die ziel. Dat zoeken is pure concentratie. Ik hoor niets meer als ik fotografeer. Ik ben alleen nog maar met dat beeld bezig.
Ik zie wel dat bij sommige scènefotografen de routine erin sluipt. Je ziet het terug als iemand honderd voorstellingen per jaar fotografeert. Het fotograferen gebeurt dan puur op techniek en compositie en er wordt snel gewerkt. Dan zit die ziel er dus niet in. Daarom vind ik dat je als fotograaf gedreven in het moment moet zijn. Geconcentreerd zijn. Te veel theaterfotografie gaat
bovendien uit van de positie van de toeschouwer. Vanaf rij zes met een telelens. Ik begrijp dat wel, maar ik vind die theatrale totaalshots niet zo interessant. Ik zit liever dicht op de huid van de makers, kies het liefst mijn eigen standpunten. Als dingen te gecontroleerd zijn, vind ik het meteen minder interessant. Dat zoeken, dat werken met beperkingen maakt het boeiend. Daarom vind ik locatietheater ook zo interessant om te fotograferen. Daar zijn de omstandigheden moeilijk te sturen.
Het fotograferen van WIEK, ook van Boukje Schweigman, was wat dat betreft een van de opwindendste shoots die ik heb gedaan. Ik moest fotograferen met het publiek erbij en ik kon absoluut niet gaan lopen. Als ik mijn hoofd zou uitsteken, was ik het immers kwijt. Het enige wat ik kon doen was bij een van de ingangen op de grond in het zand gaan liggen. De meeste foto’s van die serie heb ik dus liggend op mijn buik vanaf één plek gemaakt, wat het lage standpunt verklaart. Meer beperkingen kun je een fotograaf bijna niet opleggen. Dat was eigenlijk heel opwindend. Sindsdien ben ik ook een stuk makkelijker geworden in het omgaan met beperkingen. Voor de foto’s van WiEK werd ik ook genomineerd voor de TIN TheaterFotoPrijs.
Hoewel ik een hekel heb aan onscherpe foto’s en ook aan vegen kan er in een mislukking toch een mooie foto schuilen, zoals die van So long sno w. De actrice reikt naar een acteur, maar hij is per ongeluk buiten het licht gaan staan. Daardoor ontstaat een silhouet. Bijna alsof hij een herinnering is. Alsof ze reikt naar iets onmogelijks. Dat silhouet geeft de foto een extra lading die er niet was geweest als de acteur keurig in het licht was gaan staan.
Ik laat me graag inspireren door films, zoals die van Fritz Lang, Alexander Sukorov en Terrence Malick. En door beeldende kunst, de schilderijen van Edward Hopper. Bij hem zie je heel veel in beeld en tegelijkertijd heel weinig. Hij suggereert altijd een wereld buiten het kader. Een wereld die je niet ziet, maar wel voelt. Dat probeer ik met mijn foto’s ook te bereiken: dat ze vooral ook iets zeggen over dat wat je niet kunt zien.’
Robbert van Heuven